Bestuursrecht overig
Aanvraag eenmalig woningaanbod op goede gronden afgewezen. Eiseres heeft onvoldoende op woningaanbiedingen…
Rechtbank Den Haag, 3 november 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:16391 · Rechtbank Den Haag · 3 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-16391
Zaakgegevens
Op 3 november 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 november 2023
- Datum publicatie
- 31 oktober 2023
- Zaaknummer
- 23/1846
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16391
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanvraag eenmalig woningaanbod op goede gronden afgewezen. Eiseres heeft onvoldoende op woningaanbiedingen gereageerd. Geen reden voor toepassing hardheidsclausule.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 3 november 2023deze uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2023:16391
Raad van State · 12 maart 2025
ECLI:NL:RVS:2025:998Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/1846
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 november 2023 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: A.C. Visser).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag van een eenmalig woningaanbod.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 23 augustus 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 25 januari 2023 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing gebleven.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft met een beeldverbinding het beroep op 18 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door vervangend gemachtigde mr. [naam], en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is woningzoekende. Zij ondervindt beperkingen bij het traplopen. Op 1 april 2022 heeft zij om medische redenen een urgentieverklaring verkregen. Daarmee werd zij in een urgentiecategorie ingedeeld, op grond waarvan zij voorrang had bij het verlenen van een huisvestingsvergunning in het relevante woningmarktgebied. De urgentieverklaring gold voor woningen die beantwoordden aan haar zoekprofiel. Onder het zoekprofiel vielen uitsluitend benedenwoningen en flatwoningen met een lift.
3. Op 1 juli 2022 verstreek de termijn waarbinnen de urgentieverklaring geldig was. Eiseres heeft op 11 juli 2022 een aanvraag ingediend voor een eenmalig woningaanbod. De toetsingscommissie heeft negatief over de aanvraag geadviseerd. In lijn met dit advies is de aanvraag door verweerder afgewezen.
4. Volgens verweerder heeft eiseres niet voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor eenmalig woningaanbod. Zij heeft tijdens de geldigheidsduur van de urgentieverklaring gereageerd op een enkele woning die op de website Woonnet Haaglanden werd aangeboden. Die woning paste niet bij het zoekprofiel. Op vier andere woningen die tijdens de geldigheidsduur zijn aangeboden heeft eiseres niet gereageerd, terwijl deze woningen wel aan het zoekprofiel voldeden.
Wat vindt eiseres in beroep?
5. Volgens eiseres zijn de Huisvestingsverordening 2019 en de Beleidsregel urgentieverklaringen Den Haag 2019 (“de Beleidsregel”) verkeerd toegepast. Verweerder had toepassing moeten geven aan de hardheidsclausule. Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd omdat de gegeven redenen voor afwijzing niet specifiek op deze zaak betrekking hebben. Eiseres heeft de aangeboden woningen niet gezien. Dat is vermoedelijk te wijten aan een wijziging in haar inkomenssituatie. Daardoor vielen de aangeboden woningen buiten haar budget en werden daarmee onzichtbaar. Het systeem van Woonnet Haaglanden vertoont vaker fouten. De urgentieverklaring is ook niet gebruikt voor de vervulling van haar woonwensen, zoals verweerder ten onrechte veronderstelt.
Wat vindt de rechtbank?
6. Een aanvraag voor een eenmalig woningaanbod is toewijsbaar als de aanvrager kan aantonen dat de urgentieverklaring niet binnen de geldigheidtermijn kon worden benut en de toetsingscommissie dit bevestigt. De Beleidsregel werkt uit op welke wijze wordt vastgesteld of aan die voorwaarden is voldaan. Op basis van de gegevens uit het woonruimteverdelingssysteem van Sociale Verhuurders Haaglanden wordt bezien of de aanvrager voldoende heeft gereageerd op beschikbaar gekomen passende woningen en, als dat niet zo is, of daarvoor een houdbare reden is aan te wijzen.
7. Binnen de geldigheidsduur van de urgentieverklaring zijn vier woningen die voldeden aan het zoekprofiel van eiseres beschikbaar gekomen en op Woonnet Haaglanden aangeboden. Daarop heeft eiseres niet gereageerd. Haar stelling dat zij deze aanbiedingen niet heeft kunnen zien, mist geloofwaardigheid en is niet met bewijs onderbouwd. Zoals verweerder onbestreden heeft overwogen, waren de aanbiedingen voor alle vier woningen toegankelijk voor personen met een jaarlijks inkomen van niet meer dan € 34.757,-. De inkomensdaling van eiseres kon dus geen gevolgen hebben voor de toegankelijkheid van deze aanbiedingen.
8. Eveneens staat vast, dat het inkomen van eiseres tijdens geldigheidsduur beneden dit plafond was gelegen. Eveneens staat vast dat eiseres alleen heeft gereageerd op een eengezinswoning die, gelet op haar zoekprofiel, niet passend was.
9. Hoewel niet dragend voor zijn besluitvorming, heeft verweerder ook terecht opgemerkt dat de urgentieverklaring niet is bedoeld voor de vervulling van woonwensen, maar voor oplossing van een acuut woonprobleem. De rechtbank constateert, dat het uitblijven van een reactie op vier aangeboden woningen en de enkele reactie op een woning die buiten het zoekprofiel valt de conclusie kan dragen dat eiseres niet heeft meegewerkt aan de oplossing van haar woonprobleem.
10. Verweerder mocht dan ook tot de conclusie komen en heeft toereikend gemotiveerd, dat eiseres niet heeft kunnen aantonen dat zij de urgentieverklaring voldoende heeft benut.
11. Bovendien was verweerder niet gehouden toepassing te geven aan de hardheidsclausule in de Huisvestingsverordening 2019. De omstandigheden die door eiseres zijn aangevoerd zien op de medische beperkingen, die aanleiding waren om haar een urgentieverklaring te verstrekken. Daaruit volgt niet, dat eiseres na het onbenut blijven van de urgentieverklaring op grond van de hardheidsclausule in aanmerking zou komen voor een eenmalig woningaanbod. De aangevoerde omstandigheden zijn ook niet zodanig schrijnend, dat verweerder een uitzondering had moeten maken op het uitgangspunt dat de clausule met grote terughoudendheid wordt toegepast.
Conclusie en gevolgen
12. Het beroep is ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. D.C. van Genderen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 november 2023.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.