Bestuursrecht overig
Pkv uitspraak na intrekking beroep. Urgentieverklaring verleend na indienen nieuwe aanvraag. Gewijzigde…
Rechtbank Den Haag, 22 maart 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:3693 · Rechtbank Den Haag · 22 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-3693
Zaakgegevens
Op 22 maart 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 22 maart 2023
- Datum publicatie
- 21 maart 2023
- Zaaknummer
- 21_6900
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3693
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Pkv uitspraak na intrekking beroep. Urgentieverklaring verleend na indienen nieuwe aanvraag. Gewijzigde omstandigheden. Geen tegemoetkoming.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/6900
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 maart 2023 in de zaak tussen
[eiseres], ook als wettelijk vertegenwoordiger van haar zoon [A],
uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. L. Veenman),
en
het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland, verweerder
(gemachtigde: E.L. Ten Hoopen).
Procesverloop
Bij besluit van 10 mei 2021 heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een urgentieverklaring afgewezen.
Bij besluit van 11 oktober 2021 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Bij besluit van 17 oktober 2022 heeft verweerder aan eiseres een urgentieverklaring verleend.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Partijen hebben reacties ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet aan eiseres tegemoet gekomen is. Verweerder heeft de urgentieverklaring verleend op grond van een nieuwe aanvraag en vanwege gewijzigde omstandigheden. Door tijdsverloop is de weigeringsgrond dat geen sprake was van regionale binding weggevallen. Verweerder heeft de eerdere afwijzing niet herroepen. De stelling van eiseres dat verweerder ook de weigeringsgrond dat zij naar Nederland is gekomen zonder over adequate huisvesting te beschikken en dat geen sprake is van een situatie van overmacht niet meer heeft tegengeworpen, leidt niet tot een ander oordeel. Dit doet er immers niet aan af dat de urgentieverklaring is verleend op grond van een nieuwe aanvraag en gewijzigde omstandigheden.
3. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. M. de Graaf, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.