Bestuursrecht overig
8:54-uitspraak. Beroep niet-ontvankelijk vanwege niet betalen griffierecht.
Rechtbank Den Haag, 10 april 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:5159 · Rechtbank Den Haag · 10 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-5159
Zaakgegevens
Op 10 april 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 10 april 2024
- Datum publicatie
- 11 april 2024
- Zaaknummer
- 23/6808
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5159
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54-uitspraak. Beroep niet-ontvankelijk vanwege niet betalen griffierecht.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/6808
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
en
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.
Procesverloop
Eiseres heeft op 15 juni 2023 tegen een besluit van verweerder van 4 mei 2023 (BTL) beroep ingesteld bij rechtbank Midden-Nederland (UTR 23/3050 ONBEK). De rechtbank Midden-Nederland heeft het beroep doorgezonden naar deze rechtbank (SGR 23/6808 ONBEK).
Beoordeling door de rechtbank
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht bepaald op € 50,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niet aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 25 november 2023 per gewone post een brief (de nota) gestuurd op het door haar opgegeven adres. Daarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken na de datum van de nota moet betalen aan de rechtbank en dat de rechtbank, als het griffierecht niet (tijdig) betaald is, het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. Hierop heeft eiseres niet gereageerd. De rechtbank heeft eiseres vervolgens op 24 december 2023 een aangetekende herinnering gestuurd voor het betalen van het griffierecht, met de mededeling dat het griffierecht binnen vier weken na dagtekening van deze herinnering moet betalen. Dit poststuk is op 17 januari 2024 retour ontvangen met de vermelding “niet afgehaald”. Op 18 januari 2024 heeft de rechtbank deze herinnering per gewone post aan eiseres verstuurd.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal inhoudelijk niet worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb). Dit heeft tot gevolg dat het verzoek van eiseres om uitstel te verlenen voor het toezenden van het bestreden besluit en de gronden van het beroep niet verder aan de orde komt.
7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 april 2024.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.