Bestuursrecht overig
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig
Rechtbank Den Haag, 17 januari 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:809 · Rechtbank Den Haag · 17 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-809
Zaakgegevens
Op 17 januari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 januari 2025
- Datum publicatie
- 24 januari 2025
- Zaaknummer
- 23/5526
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:809
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
pkv
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/5526
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. B.J.P. Toonen),
en
het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland
(gemachtigde: drs. J.H. Zuidema en A. Salah LL.B.).
Inleiding
1. Verzoekster heeft haar beroep tegen het besluit van het college van 3 juli 2023 (bestreden besluit) ter zitting van 16 januari 2025 ingetrokken. Het college heeft het bestreden besluit ter zitting ingetrokken.
Het college heeft de rechtbank meegedeeld akkoord te gaan met een proceskostenveroordeling ter grootte van € 907,- (1 procespunt) en zal verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoeden.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe.
Op 20 juli 2023 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin haar bezwaar ongegrond is verklaard. Het college heeft op de zitting van 16 januari 2025 dat besluit ingetrokken. Hiermee is het college tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet het college aan verzoekster vergoeden?
3. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
4. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Bannink, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Goederee, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2025.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.