Bestuursrecht overig

Wraking. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek omdat er nog geen sprake is van een…

Rechtbank Den Haag, 21 mei 2025

Zaakgegevens

Op 21 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
21 mei 2025
Datum publicatie
23 mei 2025
Zaaknummer
C/09/685405/KG RK 25-687
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:9102
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wraking. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek omdat er nog geen sprake is van een behandelend rechter in de hoofdzaak.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer

wrakingnummer 2025/31

zaak- /rekestnummer: C/09/685405 / KG RK 25-687

Beslissing van 21 mei 2025

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: verzoeker.

1 De procedure en het wrakingsverzoek

1.1.

Op 15 mei 2025 heeft verzoeker per e-mail een wrakingsverzoek ingediend in de zaak met nummer SGR 25/2334 (hierna: de hoofdzaak).

1.2

Verzoeker heeft in de e-mail het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd:

“Hierbij wraak ik de rechter.

Op 11 april 2025 heb ik mijn inkomensgegevens overlegd.

Op 14 mei 2025 werd mijn verzoek om vrijstelling oneigenlijk en ongemotiveerd afgewezen.

Graag een rechter die wel zijn/haar dossier op orde heeft en kan rekenen.”

2 De beoordeling

2.1.

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.

2.2.

Uit het verzoek blijkt dat verzoeker zijn wrakingsverzoek heeft ingediend omdat zijn verzoek om vrijstelling oneigenlijk en ongemotiveerd is afgewezen.

2.3.

Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Onder het ‘behandelen van een zaak’ valt elke rechterlijke bemoeienis met een zaak, van welke aard en omvang dan ook.

2.4.

Verzoeker heeft in de hoofdzaak het griffierecht niet voldaan. Omdat het griffierecht niet is voldaan, bevindt de hoofdzaak zich nog niet in het stadium waarin er een rechter aan de zaak is toegewezen. Er is dus nog geen behandelend rechter bekend. De wrakingskamer zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn wrakingsverzoek.

2.5.

Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

3 De beslissing

De wrakingskamer:

3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek;

3.2.

beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, Awb wordt toegezonden aan:

? de verzoeker;

? de voorzitter van Team Belastingrecht van deze rechtbank.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en S.M. Westerhuis-Evers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.