Bestuursrecht overig

Wraking. Verzoeker wordt in zijn wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat in de hoofdzaak al…

Rechtbank Den Haag, 11 februari 2026

Zaakgegevens

Op 11 februari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
11 februari 2026
Datum publicatie
12 februari 2026
Zaaknummer
C/09/699044 / KG RK 26-234
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:2603
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wraking. Verzoeker wordt in zijn wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat in de hoofdzaak al einduitspraak is gedaan.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer

wrakingnummer 2026/05

zaak- /rekestnummer: C/09/699044 / KG RK 26-234

Beslissing van 11 februari 2026

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. E. Kouwenhoven,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1.

Het schriftelijke wrakingsverzoek is ingekomen op de griffie van Team Belastingrecht op 14 januari 2026 en op 3 februari 2026 doorgestuurd naar de griffie van de wrakingskamer.

1.2.

De wrakingskamer heeft de beschikking over het dossier in de hoofdzaak.

2 Het wrakingsverzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer SGR 25/3607 V (hierna: de hoofdzaak). De hoofdzaak betreft een verzet tegen een herzieningsverzoek van de uitspraak van 10 december 2021 in de zaak SGR 20/5448, welk herzieningsverzoek op 12 september 2025 is afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker op 8 oktober 2025 verzet aangetekend. In de verzetprocedure heeft op 18 november 2025 een zitting plaatsgevonden. Op 12 december 2025 heeft de rechter in de verzetprocedure einduitspraak gedaan.

3 De beoordeling

3.1.

Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan.

De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4 De beslissing

De wrakingskamer:

4.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;

4.2.

beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:

• de verzoeker;

• de rechter.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.