Vreemdelingenrecht
MVV Nareis. Beroep tegen niet tijdig beslissen. Tegemoetkoming door alsnog te beslissen. Intrekking van het…
Rechtbank Den Haag, 19 november 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:13741 · Rechtbank Den Haag · 19 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2018-13741
Zaakgegevens
Op 19 november 2018 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 19 november 2018
- Datum publicatie
- 20 november 2018
- Zaaknummer
- NL18.17349
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2018:13741
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
MVV Nareis. Beroep tegen niet tijdig beslissen. Tegemoetkoming door alsnog te beslissen. Intrekking van het beroep. Verzoek om vergoeding van de proceskosten. Kennelijk gegrond. Uitspraak buiten zitting.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.17349
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2018 op het verzoek om een veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen
[naam] , verzoeker
(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen als de indiener daartoe een verzoek doet gelijktijdig met de intrekking.
2. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) is sprake van tegemoetkomen in de zin van dit artikellid wanneer hangende een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing wordt genomen, behalve als de indiener wist dat op korte termijn een besluit zou worden genomen of als het besluit is genomen kort na ontvangst van noodzakelijke aanvullende gegevens van de indiener. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 3 juni 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1753).
3. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen. Verweerder heeft in het verweerschrift meegedeeld bereid te zijn de proceskosten te vergoeden. Verzoeker heeft het verzoek om vergoeding van de proceskosten gedaan gelijktijdig met de intrekking van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
4. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten kennelijk gegrond is.
5. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de rechtbank de door verzoeker gemaakte proceskosten vast op € 125,25 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van 501,- waarbij volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling vervolgens de wegingsfactor 0,25 (zeer licht) dient te worden toegepast. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 22 oktober 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3403).
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van de door verzoeker gemaakte proceskosten ten bedrage van € 125,25 (honderdvijfentwintig euro en vijfentwintig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.