Vreemdelingenrecht
Dublin Italie. VoVo toegewezen. Bijzonder kwetsbaar in te zin van Tarakhel. Interim measures EHRM
Rechtbank Den Haag, 1 november 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:12139 · Rechtbank Den Haag · 1 november 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2019-12139
Zaakgegevens
Op 1 november 2019 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 1 november 2019
- Datum publicatie
- 15 november 2019
- Zaaknummer
- NL19.22849
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:12139
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Italie. VoVo toegewezen. Bijzonder kwetsbaar in te zin van Tarakhel. Interim measures EHRM
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.22849
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoekster
mede ten behoeve van haar minderjarige kind
[naam 2]
(gemachtigde: mr. C.G. Matze),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).
Procesverloop
Bij besluit van 26 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.22848, plaatsgevonden op 23 oktober 2019. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Madu. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd ter voorkoming van overdracht aan Italië, zolang geen uitspraak is gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit.
2. Verzoekster stelt de Nigeriaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] . Haar dochter [naam 2] is op [geboortedatum 2] geboren.
3. De dochter van verzoekster is prematuur geboren en er waren complicaties bij de bevalling. Verzoekster heeft dit met medische stukken onderbouwd. Daarnaast is er sprake van bijzondere familieomstandigheden. Mede daardoor lopen verzoekster en haar dochter risico op vrouwenbesnijdenis. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat verzoekster en haar dochter moeten worden aangemerkt als ‘bijzonder kwetsbare’ asielzoekers, als bedoeld in het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Tarakhel.
4. Onlangs heeft het EHRM een aantal interim measures getroffen:
? M.T. tegen Nederland van 6 september 2019 (no. 46595/19);
? V.A. tegen Nederland van 16 september 2019 (no. 48062/19):
? F.O. tegen Nederland van 16 september 2019 (no. 48125/19);
? A.S. tegen Nederland van 17 september 2019 (no. 48397/19), en
? S.O. tegen Nederland van 24 september 2019 (no. 49569/19).
5. Uit de door het EHRM gestelde vragen kan worden afgeleid dat aan de orde is of bijzonder kwetsbare vreemdelingen zonder individuele garanties aan Italië kunnen worden overgedragen op grond van de Dublinverordening. In de zaak M.T. tegen Nederland heeft verweerder de vragen op 20 september 2019 beantwoord. Niettemin heeft het EHRM de interim measure in die zaak verlengd.
6. Dit betekent dat niet kan worden uitgesloten dat verweerder individuele garanties voor verzoekster en haar dochter aan Italië moet vragen met betrekking tot opvang- en andere voorzieningen, alvorens tot overdracht kan worden overgegaan.
7. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Italië totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
8. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.024 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 512 en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
? treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Italië totdat is beslist op het beroep;
? veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.024 (duizendvierentwintig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.