Vreemdelingenrecht
Veilig land van herkomst Algerije. Beroep ongegrond. Mondelinge uitspraak.
Rechtbank Den Haag, 3 januari 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:1417 · Rechtbank Den Haag · 3 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2019-1417
Zaakgegevens
Op 3 januari 2019 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 3 januari 2019
- Datum publicatie
- 19 februari 2019
- Zaaknummer
- NL18.20935
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:1417
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veilig land van herkomst Algerije. Beroep ongegrond. Mondelinge uitspraak.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.20935
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
[nummer] ,
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 7 november 2018 (het bestreden besluit).
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.20936, plaatsgevonden op 3 januari 2019. Eiser is verschenen bij zijn gemachtigde. Verweerder is met voorafgaand telefonisch bericht niet verschenen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser alleen aangelegenheden aan de orde heeft gesteld die niet ter zake doen met betrekking tot de vraag of hij in aanmerking komt voor een asielvergunning. Tevens is de asielaanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen, omdat eiser afkomstig is uit een veilig land van herkomst.
2. De rechtbank stelt vast dat eiser door het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening heeft bereikt dat hij de uitkomst van dit beroep in Nederland mag afwachten. De beroepsgrond onder verwijzing naar het arrest Gnandi, dat ten onrechte schorsende werking is onthouden aan het instellen van beroep slaagt om die reden niet.
3. Eiser heeft in beroep bestreden dat Algerije, zijn land van herkomst, in het algemeen een veilig land van herkomst is. Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat verweerder er in beginsel van uit mag gaan dat Algerije een veilig land van herkomst is. Naar aanleiding van een herbeoordeling veilig land van herkomst heeft verweerder op 11 juni 2018 besloten dat de aanwijzing van Algerije als veilig land van herkomst wordt voortgezet. Anders dan eiser heeft betoogd, heeft deze herbeoordeling op zorgvuldige wijze plaatsgevonden.
Uit de rapporten waar eiser naar heeft verwezen, komt geen ander beeld naar voren over de veiligheidssituatie in Algerije. Bovendien heeft verweerder het landenrapport van het United States Department of State al bij zijn herbeoordeling betrokken.
4. Vervolgens heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat uit de door eiser aangevoerde omstandigheden niet blijkt dat Algerije in zijn specifieke geval geen veilig land van herkomst is.
5. Dit betekent dat verweerder de asielaanvraag van eiser terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Dit is ook de grondslag voor het onthouden van een vertrektermijn, alsmede voor het opleggen van een inreisverbod.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, op 3 januari 2019.
Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.