Vreemdelingenrecht
Vreemdelingenrecht; bewaring. Onrechtmatigheid maatregel niet in geschil. Eiseres was voorafgaand aan zitting…
Rechtbank Den Haag, 18 januari 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:14870 · Rechtbank Den Haag · 18 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2019-14870
Zaakgegevens
Op 18 januari 2019 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 18 januari 2019
- Datum publicatie
- 9 december 2020
- Zaaknummer
- NL19.397
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:14870
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vreemdelingenrecht; bewaring. Onrechtmatigheid maatregel niet in geschil. Eiseres was voorafgaand aan zitting bekend met verweerders aanbod voor schadevergoeding; daarom geen pkv voor verschijnen ter zitting. Gegrond. Deze uitspraak is in hoger beroep (gedeeltelijk) vernietigd, zie ECLI:NL:RVS:2019:1184.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 18 januari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2019:14870
Raad van State · 15 april 2019
ECLI:NL:RVS:2019:1184(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak · 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:332(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.397, V-nummer [nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , eiseres (gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. B.J. Pattiata).
Procesverloop
Bij besluit van 5 januari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep strekt van rechtswege ook tot toekenning van schadevergoeding.
Verweerder heeft op 9 januari 2019 de maatregel van bewaring opgeheven.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 januari 2019. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
-
Niet in geschil is dat de maatregel van bewaring vanaf het opleggen daarvan onrechtmatig is geweest. Het beroep is daarom gegrond. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank aan eiseres een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
-
De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 4 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) bewaring van 2 x € 105,- (verblijf politiecel) en 2 x € 80,- (verblijf detentiecentrum) = € 370,-.
-
De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiseres. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 512,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 512,- en een
wegingsfactor 1). Omdat aan eiseres een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener. De rechtbank wijst het verzoek van eiseres om verweerder tevens te veroordelen in de door haar gemaakte proceskosten voor het verschijnen ter zitting, af. Verweerder heeft reeds in de ochtend van de dag voor de zitting aan eiseres een schadevergoeding van € 370,- en een proceskostenvergoeding van € 512,- aangeboden, van welk aanbod de gemachtigde van eiseres voorafgaand aan de zitting ook op de hoogte was, naar hij ter zitting heeft erkend. Eiseres had dus geen belang bij het verschijnen ter zitting in deze zaak.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep gegrond;
-
veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiseres
tot een bedrag van € 370,-, te betalen door de griffier;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 512,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Groeneveld, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.