Vreemdelingenrecht

Vervolgberoep vreemdelingenbewaring – geen beroepsgronden – beroep ongegrond.

Rechtbank Den Haag, 29 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 29 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
29 oktober 2026
Datum publicatie
29 oktober 2026
Zaaknummer
NL26.64067
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:31814
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolgberoep vreemdelingenbewaring – geen beroepsgronden – beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.64067


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. A. Agayev),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Met het besluit van 22 september 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel. Eiser heeft ook verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 29 oktober 2026 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van vreemdelingenbewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

2. Uit de uitspraak van 1 oktober 2026 volgt dat de maatregel van vreemdelingenbewaring tot het moment van sluiten van dat onderzoek, 30 september 2026, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van vreemdelingenbewaring sinds 30 september 2026 rechtmatig is.

3. Eiser heeft geen beroepsgronden ingediend.

4. Met inachtneming van de ambtshalve toets en mede ook gelet op het voortgangsrapport van verweerder van 23 oktober 2026 ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring in de te beoordelen periode onrechtmatig is geweest.

5. Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

6. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 29 oktober 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Vreemdelingenwet 2000. ECLI:NL:RBDHA:2026:29055.