Vreemdelingenrecht
Intrekking met gelijktijdig verzoek om proceskostenveroordeling. Kennelijk gegrond wegens tegemoetkomen.
Rechtbank Den Haag, 16 december 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:13992 · Rechtbank Den Haag · 16 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2020-13992
Zaakgegevens
Op 16 december 2020 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 16 december 2020
- Datum publicatie
- 14 januari 2021
- Zaaknummer
- AWB 20/1573
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:13992
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Intrekking met gelijktijdig verzoek om proceskostenveroordeling.
Kennelijk gegrond wegens tegemoetkomen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/1573
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], verzoeker V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf.
Verweerder heeft alsnog een besluit genomen op deze aanvraag en daarbij een dwangsom toegekend.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder hierop gereageerd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de proceskosten veroordelen in geval van intrekking van het beroep wanneer het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen. Dit kan enkel indien daar bij de intrekking van het beroep om wordt verzocht.
2. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, bijvoorbeeld de uitspraak van 3 juni 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1753), blijkt dat sprake is van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb als hangende beroep een besluit wordt genomen.
3. De rechtbank stelt vast dat verzoeker het beroep heeft ingetrokken omdat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen door het nemen van een besluit en het toekennen van een dwangsom. Gelijktijdig met de intrekking heeft verzoeker verzocht om verweerder in de proceskosten te veroordelen.
4. Het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten hebben betrekking op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de procedure bij de rechtbank en komen op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 262,50 (bestaande uit één punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 525,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5).
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 262,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2020.
|
griffier |
rechter |
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.