Vreemdelingenrecht
geen procesbelang, niet-ontvankelijk, IOM
Rechtbank Den Haag, 7 oktober 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:11126 · Rechtbank Den Haag · 7 oktober 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-11126
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2021
- Datum publicatie
- 13 oktober 2021
- Zaaknummer
- NL21.15981
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:11126
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
geen procesbelang, niet-ontvankelijk, IOM
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.15981
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], eiseres
V-nummer: [V-nummer]
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Bij besluit van 31 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Eiseres heeft de Iraakse nationaliteit en is geboren op [geboortedag] 1997.
2. Bij bericht van 16 april 2021 heeft verweerder de rechtbank laten weten dat eiseres op 13 april 2021 via het Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) vrijwillig is vertrokken naar Irak. Uit het bericht van het IOM blijkt dat eiseres vrijwillig naar Irak is vertrokken en dat zij ermee heeft ingestemd dat nog lopende verblijfsrechtelijke procedures worden ingetrokken.
3. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiseres op 21 april 2021 verzocht aan te geven of zij nog contact heeft met haar cliënte en of zij op de hoogte is van haar verblijfplaats. De gemachtigde van eiseres heeft daarop op 29 april 2021 de rechtbank geïnformeerd dat zij geen contact meer heeft met eiseres en dat zij zich zal onttrekken als gemachtigde.
4. De rechtbank overweegt dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij het beroep. Eiseres is immers met behulp van de IOM vrijwillig vertrokken naar haar land van herkomst, Irak. Uit deze verklaring blijkt eveneens dat zij met de ondertekening ermee instemt dat de openstaande verblijfsrechtelijke procedures worden beëindigd. Niet is gesteld of aannemelijk gemaakt dat zij de vertrekverklaring onvrijwillig of zonder kennis van de inhoud heeft ondertekend. Hieruit leidt de rechtbank af dat eiseres niet langer aanspraak wenst te maken op een verblijfsvergunning asiel.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.