Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 9 november 2021

Zaakgegevens

Op 9 november 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
9 november 2021
Datum publicatie
15 november 2021
Zaaknummer
NL21.8631 en NL21.8633
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:12400
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL21.8631 en NL21.8633


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[Naam 1], verzoeker, V-nummer: [Nummer 1]

[Naam 2] , verzoekster, V-nummer: [Nummer 2]

mede namens hun minderjarige kinderen [Naam 3] en [Naam 4]

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers

(gemachtigde: mr. drs. N. Wouters),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).


Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 3 juni 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de opvolgende asielaanvragen van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de bestreden besluiten worden geschorst tot zes weken nadat op de beroepen is beslist.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de zaken met nummers NL21.8630 en NL21.8632, op 13 oktober 2021 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Dogan. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag in de zaken met nummers NL21.8630 en NL21.8632 heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop deze verzoeken om een voorlopige voorziening betrekking hebben. Het beroep is ongegrond verklaard. Om die reden worden de verzoeken afgewezen.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.


Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.