Vreemdelingenrecht

buiten zitting, voorlopige voorziening, connexiteit, niet-ontvankelijk

Rechtbank Den Haag, 16 november 2021

Zaakgegevens

Op 16 november 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
16 november 2021
Datum publicatie
22 november 2021
Zaaknummer
AWB 21/4447
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:12777
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

buiten zitting, voorlopige voorziening, connexiteit, niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 21/4447

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Naam], verzoeker,

v-nummer: [Nummer]

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier met als doel ‘arbeid als zelfstandige’ afgewezen.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang er bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste).

2. Het verzoek is ingediend hangende bezwaar. Inmiddels is op 22 september 2021 een beslissing genomen op bezwaar waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard.

3. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar heeft hier geen gebruik van gemaakt. De termijn voor het indienen van beroep is verstreken. Verzoeker heeft het verzoek om een voorlopige voorziening evenmin ingetrokken.

4. Nu niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Awb neergelegde connexiteitsvereiste, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open