Vreemdelingenrecht
Artikel 64 Vw- BMA-advies - vovo afgewezen
Rechtbank Den Haag, 20 december 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:14339 · Rechtbank Den Haag · 20 december 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-14339
Zaakgegevens
Op 20 december 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 20 december 2021
- Datum publicatie
- 23 december 2021
- Zaaknummer
- NL21.6353
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:14339
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Artikel 64 Vw- BMA-advies - vovo afgewezen
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.6353
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] Mane, verzoeker
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. D. Matadien),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Peeters).
Procesverloop
Bij besluit van 5 februari 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om opschorting van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw afgewezen.
Het daartegen gemaakt bezwaar is bij besluit van 16 september 2021 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting.
Overwegingen
1. In dit geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu bij mondelinge uitspraak van 10 december 2021 is beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.