Vreemdelingenrecht
VK. Buiten zitting. Sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden na het bestreden besluit. Verzoek…
Rechtbank Den Haag, 4 oktober 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:16556 · Rechtbank Den Haag · 4 oktober 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-16556
Zaakgegevens
Op 4 oktober 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2021
- Datum publicatie
- 8 juli 2022
- Zaaknummer
- 20/7247
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16556
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
VK. Buiten zitting. Sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden na het bestreden besluit. Verzoek om proceskosten afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/7247
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 oktober 2021 in de zaak tussen
[verzoeker] en [verzoekster] , verzoekers
(gemachtigde: mr. B. Wegelin),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. V. Ilic).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om vergoeding van hun proceskosten.
Verweerder heeft op 4 augustus 2021 gereageerd op dit verzoek.
Verzoekers hebben op 20 september 2021 een reactie ingediend.
Overwegingen
1. Verweerder heeft op 25 september 2020 besluiten genomen. Verzoekers zijn hiertegen in beroep gegaan. Bij besluit van 29 juli 2021 zijn verzoekers in het bezit gesteld van een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, geldig van 12 juli 2021 tot 12 juli 2026. Verzoekers hebben daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor hun proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekers en aangegeven dat hij geen bedrag aan proceskosten aan verzoekers wil betalen.
4. De rechtbank overweegt dat tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb zich slechts voordoet indien het bestuursorgaan een binnen de grenzen van het geding in het
bestreden besluit ingenomen standpunt heeft herzien en het door de indiener van het
beroepschrift gewenste besluit alsnog heeft genomen op gronden die een erkenning van de
onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit impliceren. Intrekking of wijziging van het
besluit wegens nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, dan wel nadien verkregen,
buiten de onderzoekslast van het bestuursorgaan vallende informatie houdt geen
tegemoetkomen in voormelde zin in en vormt geen grond voor een kostenveroordeling.
5. De rechtbank is van oordeel dat er geen aanleiding bestaat voor een proceskostenvergoeding. In beroep is gebleken is dat verzoeker in februari 2021 onwel is geworden en dat hij met spoed in het ziekenhuis is opgenomen en dat hij is geopereerd. Naar aanleiding daarvan heeft verweerder een nieuw BMA-advies opgevraagd. Op 12 juli 2021 heeft BMA een advies uitgebracht. BMA heeft hierbij het patiëntendossier van 11 maart 2021 betrokken. In het BMA-advies staat dat een niertransplantatie in de toekomst noodzakelijk is en dat niet duidelijk is op welke termijn dit noodzakelijk is, dit kan op korte of lange termijn noodzakelijk zijn. In het vorige BMA-advies stond dat middels nierdialyse een medische noodsituatie op korte termijn kon worden voorkomen. Er is daarom sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Naar aanleiding van het nieuwe BMA-advies is het inwilligende besluit genomen. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb.
6. De rechtbank wijst het verzoek af.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is uitgesproken op 4 oktober 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.