Vreemdelingenrecht
8:54 pkv na intrekking verzet, geen tegemoetkoming, verzoek afgewezen.
Rechtbank Den Haag, 30 november 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:16891 · Rechtbank Den Haag · 30 november 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-16891
Zaakgegevens
Op 30 november 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 30 november 2021
- Datum publicatie
- 19 augustus 2022
- Zaaknummer
- NL19.22026
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16891
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54 pkv na intrekking verzet, geen tegemoetkoming, verzoek afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL19.22026
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F. Lavell), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: T. Kleve).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft op 3 november 2021 laten weten dat hij niet bereid is de proceskosten van verzoeker te vergoeden.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan beslissen dat een van de partijen de proceskosten van de andere partij moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verzoeker is op 18 september 2019 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Op 27 november 2019 heeft de rechtbank het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Op 3 januari 2020 heeft verzoeker verzet ingediend tegen de uitspraak van 27 november 2019.
4. Vervolgens heeft verzoeker een nieuw beroep niet tijdig beslissen ingediend (zaaknummer NL19.31931). In die procedure heeft verweerder laten weten dat er op 29 mei 2020 een besluit is genomen op de asielaanvraag van verzoeker.
5. Op 25 oktober 2021 heeft verzoeker het verzet ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
6. De rechtbank kan verweerder veroordelen in de proceskosten van de verzoeker (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)), als verweerder tegemoet is gekomen aan het beroepsschrift van verzoeker. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of er sprake is van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 8:75a Awb. In deze procedure heeft verzoeker het verzet ingetrokken voordat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het verzet. Omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard en opposant het verzet heeft ingetrokken is er geen sprake van een tegemoetkoming door verweerder aan verzoeker. De rechtbank ziet daarom geen grond voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank zal het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen dan ook afwijzen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier.
De uitspraak is uitgesproken op
en wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
30 november 2021
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.