Vreemdelingenrecht

beroep niet tijdig, art. 6:20 lid 3 Awb, pkv

Rechtbank Den Haag, 7 juli 2021

Zaakgegevens

Op 7 juli 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
7 juli 2021
Datum publicatie
13 juli 2021
Zaaknummer
NL20.15101
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:7299
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep niet tijdig, art. 6:20 lid 3 Awb, pkv

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.15101


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. P.A. Blaas),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. G. Ramsaroep).

Procesverloop

Op 5 augustus 2020 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 30 oktober 2019.

Verweerder heeft op 24 augustus 2020 schriftelijk gereageerd op het beroep.

Op 30 april 2021 heeft verweerder een afwijzend besluit genomen op de aanvraag van eiser. Hiertegen heeft eiser op 5 mei 2021 afzonderlijk beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder nummer NL21.6891.De rechtbank heeft hierin inmiddels uitspraak gedaan.

De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet

bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit van rechtswege mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit besluit geheel aan het beroep tegemoet komt. Nu de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan in het afzonderlijk ingestelde beroep tegen het alsnog genomen besluit, kan het onderhavige beroep slechts zien op het niet tijdig nemen van een besluit. Nu alsnog is beslist op de aanvraag, is het belang van eiser bij het onderhavige beroep komen te vervallen. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

2. Uit het besluit van 30 april 2021 volgt dat verweerder niet tijdig op het beroep heeft beslist. Omdat eiser het beroep tegen het niet tijdig beslissen terecht heeft ingesteld, is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiser redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met het beroep. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 267,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 534 en een wegingsfactor van 0,5).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 267,-.
(tweehonderdzevenenzestig euro) aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.