Vreemdelingenrecht

Mondelinge uitspraak. Dublin Italië. Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Beroep ongegrond en vovo afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 9 juli 2021

Zaakgegevens

Op 9 juli 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
9 juli 2021
Datum publicatie
15 juli 2021
Zaaknummer
NL21.8310
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:7358
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Dublin Italië. Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Beroep ongegrond en vovo afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.8310


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser,

V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. A.G.P. de Boon),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. M.F. van der Lubbe).

Procesverloop

Bij besluit van 31 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.8311, op 2 juli 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen D. Legiag. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming.

2. Met de aanvaarding van het overnameverzoek met verwijzing naar artikel 13 van de Dublinverordening hebben de Italiaanse autoriteiten toegezegd dat zij het asielverzoek van eiser in behandeling zullen nemen. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel moet ervan uit worden gegaan dat zij dat zullen doen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Eiser heeft niet met documenten of verklaringen aannemelijk gemaakt dat hiervan moet worden afgeweken. Verweerder heeft daarbij terecht overwogen dat de lidstaten verplicht zijn om illegale vreemdelingen die het grondgebied van de lidstaten binnenkomen te registreren en dat het aan eiser is om hierover in Italië te klagen indien hij van mening is dat zijn rechten daarbij zijn geschonden. Met de opmerking dat hij geen enkel vertrouwen heeft in de wijze waarop de Italiaanse autoriteiten met eventuele klachten omgaan, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat klagen voor hem niet mogelijk, dan wel zinloos zou zijn.

3. Hiermee, noch anderszins heeft eiser feiten of omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan verweerder redelijkerwijs had moeten besluiten tot inhoudelijke behandeling van de asielmotieven.

4. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2021 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Verordening (EU), nr. 603/2013.