Vreemdelingenrecht
vreemdelingenbewaring, vervolgberoep, gegrond, schadevergoeding, geen toepassing artikel 39 Vw, beslissen op…
Rechtbank Den Haag, 25 mei 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:8338 · Rechtbank Den Haag · 25 mei 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-8338
Zaakgegevens
Op 25 mei 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 25 mei 2021
- Datum publicatie
- 30 juli 2021
- Zaaknummer
- NL21.6974
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:8338
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vreemdelingenbewaring, vervolgberoep, gegrond, schadevergoeding, geen toepassing artikel 39 Vw, beslissen op asielaanvraag, 1,5 punt proceskosten
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.6974
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: L. Verhaegh).
Procesverloop
Verweerder heeft op 6 april 2021 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft op 6 mei 2021 beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Verweerder heeft de maatregel van bewaring op 10 mei 2021 opgeheven. Verweerder voert hiertoe aan dat hij er niet in slaagt om binnen de termijn van artikel 59b, tweede lid, van de Vw op de asielaanvraag van eiser te beslissen. Voorts heeft verweerder op 11 mei 2021 een verweerschrift ingebracht. Eiser heeft hierop op 12 mei 2021 gereageerd.
De rechtbank heeft het onderzoek op 12 mei 2021 gesloten en heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft de rechtmatigheid van deze maatregel van bewaring al eerder getoetst. Bij uitspraak van 16 april 20211 heeft zij geoordeeld dat de maatregel van bewaring, tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 12 april 2021, rechtmatig was. Nu staat ter beoordeling of de maatregel sinds 12 april 2021 rechtmatig is geweest.
[afbeelding niet beschikbaar]1. Zaaknummer NL21.5197, ECLI:NL:RBMNE:2021:1645.
2. Op grond van artikel 59b, tweede lid, van de Vw duurt de bewaring als de onderhavige niet langer dan vier weken, tenzij verweerder toepassing heeft gegeven aan artikel 39 van de Vw. In dat laatste geval duurt de bewaring niet langer dan zes weken.
3. De bewaring is ingegaan op 6 april 2021. Dat betekent dat de bewaring in beginsel niet langer kon duren dan tot 4 mei 2021 en niet, zoals verweerder stelt, tot 10 mei 2021. Het dossier biedt geen aanknopingspunten voor de veronderstelling dat verweerder toepassing heeft gegeven aan artikel 39 van de Vw. Van een maximale termijn voor de bewaring van zes weken is dus geen sprake. De beroepsgrond die eiser in dit verband heeft aangevoerd slaagt dus. De overige discussiepunten tussen partijen behoeven daarom geen bespreking meer.
4. Dit maakt dat de maatregel met ingang van 5 mei 2021 onrechtmatig is geworden. Hierin ziet de rechtbank aanleiding om een schadevergoeding toe te kennen voor de zes dagen waarop eiser ten onrechte van zijn vrijheid benomen is geweest. Per dag dat hij in het detentiecentrum heeft verbleven, krijgt eiser € 100,-. De schadevergoeding bedraagt dus
€ 600,-.
9. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 801,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 0,5 punt voor het indienen van een reactie op het verweerschrift, met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan eiser een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep gegrond;
-
veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 600,-, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
-
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 801,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken op
25 mei 2021
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
Documentcode: [Documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.