Vreemdelingenrecht
Hersteluitspraak – hoogte proceskostenvergoeding
Rechtbank Den Haag, 26 september 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:10051 · Rechtbank Den Haag · 26 september 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-10051
Zaakgegevens
Op 26 september 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 26 september 2022
- Datum publicatie
- 3 oktober 2022
- Zaaknummer
- AWB 22/940
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:10051
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hersteluitspraak – hoogte proceskostenvergoeding
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 22/940
uitspraak van de enkelvoudige kamer ter verbetering van de uitspraak van 15 september 2022 in de zaak tussen
[eiser 1], eiser 1, v-nummer: [nummer 1]
[eiser 2] , eiseres, v-nummer: [nummer 2]
[eiser 3] , eiser 2, v-nummer: [nummer 3]
hierna gezamenlijk te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. J. Hemelaar),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J. Visschers).
Overwegingen
Naar aanleiding van de e-mail van de gemachtigde van eisers van 16 september 2022 heeft de rechtbank vastgesteld dat haar uitspraak van 15 september 2022 een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. Die misslag heeft betrekking op de hoogte van de proceskostenveroordeling in het dictum. De rechtbank zal daarom de beslissing als volgt aanpassen.
Beslissing
De rechtbank verbetert haar uitspraak van 15 september 2022 met zaaknummer AWB 22/940 door in het dictum op te nemen:
De rechtbank:
? verklaart het beroep gegrond;
? vernietigt het bestreden besluit;
? draagt verweerder op om binnen zes weken opnieuw te beslissen op het bezwaar van eisers tegen het primaire besluit met inachtneming van deze uitspraak;
? veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten ten bedrage van € 1.518,- (duizendvijfhonderdachttien euro);
? draagt verweerder op om het door eisers betaalde griffierecht ten bedrage van € 184,- (honderdvierentachtig euro) te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, op 20 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op: