Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 6 oktober 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:10444 · Rechtbank Den Haag · 6 oktober 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-10444
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2022
- Datum publicatie
- 12 oktober 2022
- Zaaknummer
- NL22.14012 en NL22.14014
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:10444
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Plakvovo’s
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL22.14012 en NL22.14014
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam 1] , verzoeker, V-nummer: [nummer] , en
[naam 2] , verzoekster, V-nummer: [nummer]
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers
mede namens hun minderjarige kinderen [naam 3], [naam 4] en [naam 5]
(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).
Procesverloop
Bij twee afzonderlijke besluiten van 20 juli 2022 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat zij niet worden uitgezet voordat op de beroepen is beslist.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de zaken met nummers NL22.14011 en NL22.14013, op 22 september 2022 op een zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen N. van der Sijde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag in de zaken met nummers NL22.14011 en NL22.14013 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen waarop de verzoeken om een voorlopige voorziening betrekking hebben. Om die reden worden de verzoeken afgewezen.
2. Gelet op de uitkomst van de beroepszaken veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 759,- bestaande uit een punt voor het indienen van twee samenhangende verzoekschriften (in de zin van artikel 3) met een waarde per punt van € 759,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
? wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af;
? veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten ter hoogte van € 759,- (zevenhonderdnegenenvijftig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.