Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 2 november 2022

Zaakgegevens

Op 2 november 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
2 november 2022
Datum publicatie
8 november 2022
Zaaknummer
NL22.16433
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:11616
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL22.16433, NL22.16435 en NL22.16437


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam], verzoeker 1, V-nummer: [naam3],

[naam2] , verzoekster, V-nummer: [nummer2 1], en

[naam3] , verzoeker 2, V-nummer [nummer3]

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers

(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).


Procesverloop

Bij drie afzonderlijke besluiten van 15 augustus 2022 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten worden opgeschort totdat op de beroepen is beslist.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de zaken met nummers NL22.16432, NL22.16434 en NL22.16436, op 28 oktober 2022 op een zitting behandeld in Breda. Verzoeker 1 en verzoekster zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolken zijn verschenen S. Khudaida en A. Dogan. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag in de zaken met nummers NL22.16432, NL22.16434 en NL22.16436 heeft de rechtbank de beroepen waarop de verzoeken om een voorlopige voorziening betrekking hebben afgedaan. Om die reden worden de verzoeken afgewezen.

2. Gelet op de uitkomst van de beroepen, veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759 bestaande uit een punt voor het indienen van drie samenhangende verzoekschriften met een waarde per punt van € 759 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

? wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af;

? veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten ter hoogte van € 759 (zevenhonderdnegenenvijftig euro).

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.