Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 4 november 2022

Zaakgegevens

Op 4 november 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
4 november 2022
Datum publicatie
10 november 2022
Zaaknummer
NL21.15868
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:11770
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep niet tijdig, pkv

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.15868


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], verzoeker

V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop
Verzoeker heeft op 7 oktober 2021 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Bij besluit van 14 oktober 2021 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd.

Verzoeker heeft verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1.
Verweerder heeft inwilligend beslist op de asielaanvraag van verzoeker. Nu hiermee tegemoet is gekomen aan het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, zal het beroep wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk worden verklaard.

2. Omdat de termijn om op de aanvraag te beslissen in dit geval al op 6 september 2021 is verstreken, heeft verzoeker aanleiding kunnen zien om beroep in te stellen. Verweerder is verder op juiste wijze in gebreke is gesteld. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten aan de zijde van verzoeker. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de rechtbank deze vast op € 379,50,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde van € 759,- per punt en wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van

€ 379,50 (driehonderdnegenenzeventig euro vijftig eurocent).

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.