Vreemdelingenrecht

Vovo, afgewezen, geen procesbelang

Rechtbank Den Haag, 9 november 2022

Zaakgegevens

Op 9 november 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
9 november 2022
Datum publicatie
15 november 2022
Zaaknummer
AWB 19/9986
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:12044
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vovo, afgewezen, geen procesbelang

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg


Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 19/9986


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Naam] , verzoekster

V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 3 december 2019 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel “verblijf bij gezin of familie” afgewezen.

Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij besluit van 22 januari 2020 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er een bezwaar of beroep aanhangig is.

2. Aangezien verweerder op 22 januari 2020 op het bezwaar heeft beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig.

3. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb is het verzoek aangemerkt als een verzoek hangende beroep, aangezien verzoekster beroep heeft ingesteld tegen het besluit op bezwaar van 22 januari 2020.

4. Bij uitspraak van 1 oktober 2021 in de zaak met nummer NL21.5152 heeft de rechtbank het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft niet-ontvankelijk verklaard. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier op 3 november 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Griffier Voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.