Vreemdelingenrecht
Verzoek om opheffing van een voorlopige voorziening. Het opheffen van een voorlopige voorziening met…
Rechtbank Den Haag, 15 november 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:12348 · Rechtbank Den Haag · 15 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-12348
Zaakgegevens
Op 15 november 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 15 november 2022
- Datum publicatie
- 21 november 2022
- Zaaknummer
- NL 22 22170
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12348
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om opheffing van een voorlopige voorziening. Het opheffen van een voorlopige voorziening met terugwerkende kracht is niet mogelijk. Verzoek afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.22170
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoekster], verzoekster
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.J.M. Bongaarts),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij uitspraak van 16 september 2022 in de zaak met nummer NL22.16516 heeft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening getroffen.
Verzoekster verzoekt om opheffing dan wel wijziging van deze voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:87, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen.
2. Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening met terugwerkende kracht op te heffen. Uit vaste jurisprudentie blijkt echter dat dit niet mogelijk is. De voorzieningenrechter wijst hierbij op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 februari 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT0655, rechtsoverweging 2.11.
3. Subsidiair vraagt verzoekster de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening zodanig te wijzigen dat deze als niet getroffen moet worden beschouwd. Dit komt echter eveneens neer op opheffing van de voorziening met terugwerkende kracht hetgeen, zoals hiervoor is overwogen, niet mogelijk is.
4. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om opheffing dan wel wijziging van de voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.