Vreemdelingenrecht

- Vervolgberoep - Ongegrond - NL22.650 - Voortgangsrapportage - Geen gronden

Rechtbank Den Haag, 14 februari 2022

Zaakgegevens

Op 14 februari 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
14 februari 2022
Datum publicatie
18 februari 2022
Zaaknummer
NL22.1415
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:1259
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

- Vervolgberoep

- Ongegrond

- NL22.650

- Voortgangsrapportage

- Geen gronden

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL22.1415


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.M.E. Disselkamp).


Procesverloop

Bij besluit van 7 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

Verweerder heeft op 2 februari 2022 de maatregel van bewaring opgeheven.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 24 januari 2022 (in de zaak NL22.650) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek (op 27 januari 2022) dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek tot het moment waarop verweerder hij is opgeheven rechtmatig is geweest.

3. Eiser is in de gelegenheid gesteld om op de voortgangsrapportage te reageren. Hij heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd. Eiser heeft ook geen andere gronden aangevoerd. Er is daarom geen reden het voortduren van de bewaring onrechtmatig te achten. Voor zover het voortduren van de maatregel ambtshalve moet worden getoetst, is de rechtbank niet gebleken dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de bewaring ten aanzien van eiser in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is.

4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.