Vreemdelingenrecht
Buiten zitting, niet-ontvankelijk, beroep te laat, adreswijziging
Rechtbank Den Haag, 23 november 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:12704 · Rechtbank Den Haag · 23 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-12704
Zaakgegevens
Op 23 november 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 23 november 2022
- Datum publicatie
- 29 november 2022
- Zaaknummer
- AWB 22/5525
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12704
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Buiten zitting, niet-ontvankelijk, beroep te laat, adreswijziging
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 22/5525
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
v-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 24 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de internationale
beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van eiser
ingetrokken.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 69 van de Vw bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift, in afwijking van artikel 6:7 van de Awb, vier weken. Gelet op artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
2. Bekendmaking van een besluit geschiedt volgens artikel 3:41, eerste lid van de Awb door toezending of uitreiking van het besluit aan de belanghebbende. Op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor afloop van de termijn is ontvangen. In artikel 6:11 van de Awb is bepaald dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift de niet-ontvankelijkheid vanwege de termijnoverschrijding achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3. De termijn om beroep in te stellen tegen het bestreden besluit is aangevangen op 24 januari 2020 en eindigde op 21 februari 2020. Het beroepschrift van 22 augustus 2022 is daarom ruim buiten de in artikel 69 van de Vw bepaalde termijn van vier weken door verweerder ontvangen, zodat het beroep te laat is ingesteld. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten is.
4. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling heeft het bestuursorgaan aan zijn bekendmakingsverplichting als bedoeld in artikel 3:41 van de Awb voldaan als het besluit wordt verzonden naar het laatst bekende adres van de betrokkene, ook al is dit niet meer juist, en de betrokkene heeft nagelaten het bestuursorgaan van de adreswijziging op de hoogte te stellen.
5. Op eiser rust op grond van artikel 4.37 van het Vb de verantwoordelijkheid om binnen vijf dagen na verandering van zijn adres of van woon- of verblijfplaats binnen Nederland de IND daarvan op de hoogte te stellen.
6. Uit de door verweerder overgelegde uitdraai van 14 januari 2022 en het bestreden besluit van 24 januari 2020 blijkt dat het bestreden besluit is verzonden naar het laatst bekende adres van eiser. Eiser heeft verweerder niet op de hoogte gesteld van zijn nieuwe adres. Eiser heeft dan ook niet voldaan aan artikel 4.37 van het Vb. Eiser heeft door verweerder niet op de hoogte te brengen van zijn adreswijziging het risico genomen dat verweerder een eventueel besluit naar zijn oude adres zou versturen. De nadelige gevolgen van dit risico zijn geheel voor rekening van eiser.
7. Het beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.