Vreemdelingenrecht

Dublin Bulgarije – interstatelijk vertrouwensbeginsel – pushbacks – geen concrete aanknopingspunten dat…

Rechtbank Den Haag, 24 november 2022

Zaakgegevens

Op 24 november 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
24 november 2022
Datum publicatie
30 november 2022
Zaaknummer
NL22.21233
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:12797
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin Bulgarije – interstatelijk vertrouwensbeginsel – pushbacks – geen concrete aanknopingspunten dat Dublin-terugkeerders reëel risico lopen om door middel van pushbacks te worden doorgestuurd naar derde land – opvang - beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.21233


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: E.H.J.M. De Bonth).


Procesverloop

Bij besluit van 18 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.


Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NLNL22.21232, op 11 november 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen G.M.A. Al-Harbia. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NLNL22.21232, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.