Vreemdelingenrecht
Mondelinge uitspraak. Asiel.Opvolgende aanvraag. Ingangsdatum verblijfsvergunning. Beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 23 juni 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:12920 · Rechtbank Den Haag · 23 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-12920
Zaakgegevens
Op 23 juni 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amersfoort
- Datum uitspraak
- 23 juni 2022
- Datum publicatie
- 2 december 2022
- Zaaknummer
- NL22.4137
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12920
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondelinge uitspraak. Asiel.Opvolgende aanvraag. Ingangsdatum verblijfsvergunning. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amersfoort Bestuursrecht zaaknummer: NL22.4137
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 23 juni 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.E.M. Jacquemard),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 10 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 23 juni 2022 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder is, zonder bericht van afwezigheid, niet verschenen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Op 3 mei 2021 heeft eiser onderhavige opvolgende aanvraag asiel ingediend. Aan eiser is bij besluit van 10 februari 2022 een verblijfsvergunning asiel verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw met ingang van 3 mei 2021.
3. Eiser is het niet eens met de ingangsdatum van de verleende vergunning. Deze dient volgens eiser 29 mei 2018 te zijn, de datum van zijn eerste asielaanvraag.
4. De rechtbank is van oordeel dat bij deze opvolgende aanvraag onverkort het in artikel 44, tweede lid, van de Vw neergelegde uitgangspunt van toepassing is. Hierin is bepaald dat een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend met ingang van de datum waarop hij de opvolgende aanvraag heeft ontvangen. De rechtbank wijst hierbij op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 juli 20211. Dit is anders als een vreemdeling een verzoek om bestuurlijke heroverweging doet, maar daar is hier geen sprake van. Het belang dat eiser stelt te hebben dat hij eerder Nederlander kan worden, leidt niet tot een ander oordeel.
5. Verweerder heeft daarom terecht de verblijfsvergunning verleend met ingang van 3 mei 2021.
6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2022 door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
24 juni 2022
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.