Vreemdelingenrecht

trefwoorden: Dublin, Roemenië, pushbacks, (on)deelbaarheid interstatelijk vertrouwensbeginsel, prejudiciële…

Rechtbank Den Haag, 8 december 2022

Zaakgegevens

Op 8 december 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
8 december 2022
Datum publicatie
14 december 2022
Zaaknummer
NL22.21459
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:13499
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

trefwoorden: Dublin, Roemenië, pushbacks, (on)deelbaarheid interstatelijk vertrouwensbeginsel, prejudiciële vragen, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.21459


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Lorier).


Procesverloop

Bij besluit van 21 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.21459, op 28 november 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen G.M.A. Al-Harbia. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Ter zitting is het onderzoek niet gesloten. De rechtbank heeft de zaak aangehouden en verzoeker in de gelegenheid gesteld om de door hem ter zitting genoemde brief van de Afdeling van 17 november 2022 aan het dossier toe te voegen. Verweerder en verzoeker zijn tot en met 5 december 2022 in de gelegenheid gesteld om de relevantie van die brief voor deze zaak te duiden. Ter zitting zijn partijen voorts akkoord gegaan met het voornemen van de rechtbank om uitspraak te doen zonder vervolgzitting. Op 6 december 2022 is het onderzoek ter zitting gesloten.

Overwegingen

1. Verzoeker is geboren op [geboortedag] 1994 en heeft de Syrische nationaliteit. Hij heeft op 9 februari 2022 asiel aangevraagd.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.21458, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.