Vreemdelingenrecht
geen griffierecht betaald, geen besluit en geen gronden overgelegd. beroep kennelijk niet-ontvankelijk
Rechtbank Den Haag, 8 augustus 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:13728 · Rechtbank Den Haag · 8 augustus 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-13728
Zaakgegevens
Op 8 augustus 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 8 augustus 2022
- Datum publicatie
- 20 december 2022
- Zaaknummer
- AWB 22/42
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13728
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
geen griffierecht betaald, geen besluit en geen gronden overgelegd. beroep kennelijk niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/42
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 augustus 2022 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Aboukir),
en
verweerder onbekend, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres van 4 januari 2022.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 184,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 8 januari 2022 een brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Op 6 februari 2022 heeft de rechtbank aangetekend een herinneringsbrief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze aangetekende brief is op 25 februari 2022 retour gestuurd naar de rechtbank, omdat de brief niet is opgehaald. De retourzending is op 1 maart 2022 door de rechtbank ontvangen en diezelfde dag is de brief per gewone postzending nogmaals verstuurd.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven. Het beroep is alleen hierom al kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
6. Verder heeft te gelden dat de rechtbank eiseres op 5 januari 2022 een brief heeft gestuurd, waarin staat dat zij binnen vier weken een kopie moet opsturen van het besluit waartegen zij wil opkomen. Tevens diende eiseres aan te geven waarom zij het niet eens is met dat besluit. Eiseres heeft op deze brief niet gereageerd. Op 24 februari 2022 heeft de rechtbank eiseres een aangetekende brief gestuurd, waarin haar nogmaals een termijn van vier weken wordt gegeven om deze verzuimen te herstellen. Uit de track&trace-gegevens blijkt dat deze brief op 26 februari 2022 is afgehaald. Eiseres heeft tot op heden de verzuimen niet hersteld. Het beroep is ook om deze reden niet-ontvankelijk.
7. Gelet op de rechtsoverwegingen 5 en 6, komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van het inhoudelijke geschil tussen partijen.
8. Voor een vergoeding van de proceskosten van eiseres bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
mr. K.S. Smits, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.