Vreemdelingenrecht
Asielaanvraag – mondelinge uitspraak – eiser is met onbekende bestemming vertrokken – geen procesbelang –…
Rechtbank Den Haag, 7 januari 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:138 · Rechtbank Den Haag · 7 januari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-138
Zaakgegevens
Op 7 januari 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 7 januari 2022
- Datum publicatie
- 13 januari 2022
- Zaaknummer
- NL21.19338
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:138
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Asielaanvraag – mondelinge uitspraak – eiser is met onbekende bestemming vertrokken – geen procesbelang – niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.19338
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. M.M. van Woensel),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).
Procesverloop
Bij besluit van 10 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL19339, op 6 januari 2022 op zitting behandeld te Breda. Partijen zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Beoordeeld moet worden of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Bij bericht van 4 januari 2022 heeft verweerder namelijk meegedeeld dat uit zijn systeem blijkt dat eiser op 28 december 2021 met onbekende bestemming is vertrokken. Verweerder heeft vervolgens contact opgenomen met de gemachtigde van eiser, die heeft verklaard niet te weten wanneer hij voor het laatst contact had met eiser en ook niet weet waar eiser verblijft. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser telefonisch aan de rechtbank bevestigd dat de strekking van de brief van verweerder juist is.
2. Hieruit moet worden afgeleid dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij de beoordeling van het bestreden besluit.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2022 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en verder openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.