Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 22 december 2022

Zaakgegevens

Op 22 december 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
22 december 2022
Datum publicatie
23 december 2022
Zaaknummer
NL22.10610
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:14063
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BNT, 8:54, PKV

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.10610

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. J.C.A. Koen),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 8 juni 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder heeft op 26 juli 2022 een verweerschrift ingediend.

Op 1 november 2022 heeft verweerder de aanvraag van eiseres ingewilligd.

De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Met de inwilliging van de aanvraag heeft eiseres bereikt wat zij beoogde en hoeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet meer te worden beoordeeld. Eiseres heeft dan ook geen procesbelang. Het beroep is niet-ontvankelijk.

2. Overeenkomstig het verzoek van eiseres in het beroepschrift veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor van 0,5). Verder moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 379,50 (driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent);

- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht ten bedrage van € 184,- (honderdvierentachtig euro) te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: DSR23823071

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.