Vreemdelingenrecht

vovo bij NL22.16366, vovo afgewezen

Rechtbank Den Haag, 20 september 2022

Zaakgegevens

Op 20 september 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
20 september 2022
Datum publicatie
25 januari 2023
Zaaknummer
NL22.16367
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:14918
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vovo bij NL22.16366, vovo afgewezen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.16367

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F. van Dijk),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).

Procesverloop

Bij besluit van 15 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast wordt aan verzoeker geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of uitstel van vertrek verleend.

Verweerder heeft tevens aan verzoeker een vertrektermijn onthouden, zodat hij Nederland onmiddellijk dient te verlaten. Ten slotte heeft verweerder verzoeker een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL22.16366, op

15 september 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Tribak. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoeker is van Tunesische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1975.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.16366, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

20 september 2022

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.