Vreemdelingenrecht
afwijzing voorlopige voorziening
Rechtbank Den Haag, 24 februari 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:1631 · Rechtbank Den Haag · 24 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-1631
Zaakgegevens
Op 24 februari 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 24 februari 2022
- Datum publicatie
- 2 maart 2022
- Zaaknummer
- NL21.11021 en NL21.11023
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:1631
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
afwijzing voorlopige voorziening
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL21.11021 en NL21.11023
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam], verzoeker,
[naam] , verzoekster,
samen: verzoekers,
v-nummers: [nummer] en [nummer]
(gemachtigde: mr. F. Boone),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Jalouqa).
Procesverloop
Bij besluiten van 1 juli 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
1. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaken, zaaknummers NL21.11020 en NL21.11022, niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter zal daarom het verzoek om een voorlopige voorziening afwijzen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.S.C. Spruijt, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.