Vreemdelingenrecht

Opvolgende asielaanvraag. Gestelde bekering tot het geloof van de Jehova’s getuigen. Beroep ongegrond

Rechtbank Den Haag, 11 april 2022

Zaakgegevens

Op 11 april 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
11 april 2022
Datum publicatie
15 april 2022
Zaaknummer
NL21.17642
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:3500
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Opvolgende asielaanvraag. Gestelde bekering tot het geloof van de Jehova’s getuigen. Beroep ongegrond

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 11 april 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:RBDHA:2022:3500

  2. Raad van State · 15 juni 2022

    ECLI:NL:RVS:2022:1712

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht

Zaaknummer: NL21.17642 V-nummer: 274.608.3275

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [naam eiseres], eiseres,

mede namens haar minderjarige kinderen,

[naam minderjarig kind 1], [naam minderjarig kind 2] en [naam minderjarig kind 3],

(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen), en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. van Hoof).

Procesverloop

Bij besluit van 9 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaken NL21.17643, NL21.17644 en NL21.17645 op 3 maart 2022 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen N. Faas. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Russische nationaliteit te bezitten. Op 28 juni 2010 heeft eiseres voor het eerst een asielaanvraag ingediend in Nederland. Bij besluit van 15 december 2010 is deze aanvraag afgewezen. Het daartegen ingediende beroep is op 23 augustus 2011 ongegrond verklaard door deze rechtbank, zittingsplaats Assen.1 Bij uitspraak van 28 augustus 2012 is het hoger beroep ongegrond verklaard.2 Hiermee staat het besluit van 15 december 2010 in rechte vast.

[afbeelding niet beschikbaar]

1. ECLI:NL:RBASS:2011:1426.

2 Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 augustus 2012, zaaknummer 201110160/ 1/ V1 (niet gepubliceerd).

2. Eiseres heeft op 28 januari 2020 een opvolgende asielaanvraag ingediend. Daaraan heeft zij ten grondslag gelegd dat zij zich in januari 2019 heeft bekeerd tot het geloof van de Jehova’s getuigen. Verweerder concludeert in het bestreden besluit dat dit gestelde asielmotief niet geloofwaardig is.

3. Eiseres voert hiertegen aan dat anders dan verweerder stelt geen sprake is geweest van een radicale ommezwaai in 2019. Het is niet zo dat religie geen enkele rol speelde in het leven van eiseres vóór januari 2019. Er is sprake geweest van een proces, waarbij eiseres een groeiende interesse in het nieuwe geloof kreeg. Daarnaast miskent verweerder de mogelijkheid van verschillende wijzen van bekering, passief en actief, dan wel in een tussenvorm. Eiseres vindt dat zij voldoende inzicht heeft gegeven in haar persoonlijke beweegredenen voor de bekering en het proces dat zij persoonlijk heeft doorgemaakt. Eiseres heeft ook blijk gegeven van voldoende inhoudelijke kennis van het nieuwe geloof en aangeduid waarom dit nieuwe geloof haar juist zo aantrekt in tegenstelling tot haar oude geloof. De kennis van het nieuwe geloof sluit aan bij wat van eiseres mag worden verwacht. Eiseres wijst op haar activiteiten in het kader van haar nieuwe geloof en op de verklaringen van derden die de activiteiten bevestigen. In het bestreden besluit is volgens haar onvoldoende gemotiveerd dat die kennis en activiteiten niet haar verklaringen over de motieven en het proces van bekering compenseren.

De rechtbank overweegt als volgt.

4. [afbeelding niet beschikbaar]Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de door eiseres gestelde bekering, heeft verweerder Werkinstructie (WI) 2019/18 toegepast.3 Hierbij richt verweerder zich op 3 elementen: de motieven voor en het proces van bekering, de kennis van het nieuwe geloof en de activiteiten die een persoon onderneemt binnen de nieuwe geloofsovertuiging en het effect van de veranderingen. Daarbij ligt het zwaartepunt op de antwoorden van eiseres over haar eigen ervaringen en de persoonlijke beleving. De rechtbank acht deze gedragslijn voor het beoordelen van de geloofwaardigheid van een gestelde bekering aanvaardbaar.

5. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres ongerijmd heeft verklaard over haar proces van bekering. Daarbij heeft verweerder er op gewezen dat eiseres verklaart over haar bekering in bewoordingen die een abrupte, passieve bekering suggereren, maar dat haar verdere verklaringen over het bekeringsproces hier niet bij aansluiten. Zo geeft zij als antwoord op de vraag waarom zij niet eerder naar de Jehova’s getuigen was gegaan: “Zonder liefde gaat een mens niet ergens naartoe. Alsof de schellen afvielen. Alsof je blind was. Opeens begrijp je dat. Een zoektocht naar de waarheid. En dan opeens zie je de waarheid.”.4 Wanneer aan eiseres wordt gevraagd of zij kan aangeven welk proces zij heeft doorgelopen, antwoordt zij: “Wederom: ik was blind en opeens zag ik. De schellen vielen van mijn ogen. Ik zag de pure waarheid. Het was zo dat ik naar de Wachttoren, naar de vergadering ging.”.5 Dit staat in contrast met de verklaringen van eiseres over een geleidelijk proces voorafgaand aan haar bekering: Eiseres heeft verklaard dat zij in de periode van 2013 tot 2019 intensief contact onderhield met een vriendin, Diana, met wie zij het veel over het geloof van de Jehova’s getuigen had.6 In die periode zou eiseres tot het inzicht zijn gekomen dat andere religies vals zijn en is zij daarbij overtuigd

[afbeelding niet beschikbaar]

3 Deze werkinstructie is inmiddels vervangen door WI 2022/3.

4 Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p. 10. 5 Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p. 12. 6 Rapport aanvullend gehoor, p. 5 en 6.

geraakt van de waarheid van de Jehova’s getuigen.7 Verweerder stelt terecht dat deze laatste verklaringen evenmin rijmen met haar verklaringen over haar feitelijke gedragingen: Eiseres heeft verklaard dat zij wel eens een kerk bezocht, maar dat religie tot aan haar bekering geen rol van betekenis speelde in haar leven.8 Zij heeft ook expliciet verklaard dat zij zich in de periode voor januari 2019 ook niet zelfstandig heeft verdiept in het geloof van de Jehova’s getuigen.9 In de zienswijze heeft eiseres hieraan toegevoegd dat zij haar tradities als Yezidi tot aan haar bekering heeft onderhouden.

6. Verweerder heeft zich eveneens niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres ongeloofwaardig heeft verklaard over haar motieven voor bekering. Eiseres heeft met haar verklaringen niet inzichtelijk gemaakt hoe zij in de periode van 2013 tot 2019 vatbaar is geworden voor het Jehova-geloof. De omstandigheid dat zij in die periode nooit zelfstandig onderzoek heeft gedaan naar de religie van de Jehova’s getuigen,10 heeft verweerder opmerkelijk kunnen vinden, nu eiseres heeft verklaard dat zij nooit twijfels heeft gehad over de geloofsleer van de Jehova’s getuigen.11 Eiseres heeft ook niet inzichtelijk gemaakt waarom zij zes jaar heeft gewacht met het toetreden tot de geloofsgemeenschap. Verweerder heeft verder niet ten onrechte overwogen dat eiseres summier over haar motieven voor bekering heeft verklaard: Eiseres heeft verklaard dat zij zich door het idee van eeuwig leven, paradijs op aarde, de Armageddon en de opstand uit de dood voelde aangesproken.12 Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiseres – ook bij doorvragen – niet in staat is gebleken inzichtelijk te maken waarom deze noties een sleutelmotief in haar bekering zijn. Zo antwoordt zij op de vraag wat specifiek en concreet de belangstelling van eiseres voor het geloof van de Jehova’s getuigen heeft gewekt dat “er een paradijs op aarde zal zijn en dat we eeuwig zullen leven. Dat is voor ons een kans om eeuwig te leven. En dat de doden zullen opstaan. En als het zover is, als het moment van Armageddon daar is, dan zullen ook alle andere geloven vernietigd worden, als zij niet de naam van Jehova zullen verheerlijken. Een mens zonder liefde kan niet tot Jehova

komen.”.13 Ook op de vraag wat eiseres wel in het geloof van de Jehova’s getuigen vindt wat zij in andere religies nooit heeft gevonden, antwoordt zij: “Ik wacht heel erg op het Koninkrijk Gods. En ik wacht erop dat de doden zullen opstaan, wat in andere religies niet zo is. En ik weet dat we eeuwig zullen leven.”.14 Hiermee verschaft eiseres geen inzicht in de reden waarom de leer van de Jehova’s getuigen in haar persoonlijke situatie van doorslaggevend gewicht is geweest voor haar bekering. Voor zover eiseres heeft gesteld dat zij zich destijds in een moeilijke fase van haar leven bevond, heeft verweerder terecht opgemerkt dat de omstandigheid dat eiseres steun heeft ervaren van de sociale religieuze gemeenschap nog niet onderbouwd dat sprake is van een innerlijke religieuze overtuiging.

Voor zover eiseres stelt dat verweerder de lat te hoog voor haar heeft gelegd, gelet op de druk die op eiseres lag tijdens de gehoren, overweegt de rechtbank dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in staat is geweest om consistent of volledig te verklaren.

[afbeelding niet beschikbaar]

7 Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p. 8 en 14.

8 Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p. 13 en rapport aanvullend gehoor, p. 5.

9 Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p. 9. 10 Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p. 13. 11 Rapport aanvullend gehoor, p. 9.

12 Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p. 9 en rapport aanvullend gehoor, p. 8.

13 Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p. 9.

14 Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p. 14.

7. Verweerder erkent dat eiseres blijk heeft gegeven van enige kennis van het geloof, maar heeft gemotiveerd overwogen dat eiseres daarbij niet dusdanig overtuigend heeft verklaard, dat dit haar ontoereikende verklaringen kan compenseren. Verweerder heeft er daarbij op gewezen dat eiseres over meerdere elementaire onderdelen van het geloof niet heeft kunnen verklaren terwijl zij stelt dat zij al meer dan een jaar lid is van de geloofsgemeenschap. Nu eiseres heeft verklaard dat zij een Bijbelstudie volgt en naar bijeenkomsten gaat, mocht verweerder van haar verwachten dat zij hier uitgebreider over kon verklaren dan zij heeft gedaan.

8. Verweerder heeft zich verder op het standpunt kunnen stellen dat ook aan de door eiseres ontplooide geloofsactiviteiten geen compenserende waarde toekomt. Daar heeft verweerder bij kunnen betrekken dat eiseres niet overtuigend heeft verklaard over haar doop. Eiseres is namelijk niet in staat gebleken om toe te lichten wat voor vragen voorafgaand aan haar doop zijn gesteld en is zij er ook niet in geslaagd om de daarbij gevraagde kennis te reproduceren.15 Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat de verklaringen van derden die eiseres ter onderbouwing van haar geloofsactiviteiten heeft overgelegd niet tot een andere conclusie leiden. Verweerder onderkent dat deze verklaringen feitelijke informatie bevatten die de verklaringen over het element ‘activiteiten’ ondersteunen. Gelet op wat hiervoor is overwogen en het integrale karakter van de geloofwaardigheidsbeoordeling kunnen deze verklaringen over de feitelijk door eiseres ontplooide geloofsactiviteiten echter niet tot de conclusie leiden dat sprake is van een oprechte bekering.

9. De rechtbank volgt eiseres dat zij niet tegenstrijdig heeft verklaard over hoe haar familie over haar bekering op de hoogte is geraakt. Dit kan echter niet tot de conclusie leiden dat eiseres de door haar gestelde bekering aannemelijk heeft gemaakt, nu dit hier niet direct betrekking op heeft. Het kan dan ook niet leiden tot een gegrondverklaring van het beroep.

10. Verweerder heeft het verder opmerkelijk kunnen achten dat eiseres pas in de zomer van 2019 bekend raakte met de vervolging van Jehova’s getuigen in Nederland. Verweerder heeft aan eiseres kunnen tegenwerpen dat niet valt in te zien waarom dit onderwerp niet eerder is besproken, aangezien binnen de geloofsgemeenschap wel over vervolging werd gesproken en eiseres ook contact heeft gehad met geloofsgenoten uit Rusland. Verweerder heeft verder bij zijn beoordeling kunnen betrekken dat eiseres altijd contact heeft onderhouden met haar moeder en dat haar moeder al sinds januari 2019 bekend is met de bekering van eiseres.

11. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de door eiseres gestelde bekering niet ten onrechte niet geloofwaardig geacht. Eiseres komt daarom niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000.

12. De aanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. De beroepen zijn ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

[afbeelding niet beschikbaar]

15 Rapport aanvullend gehoor, p. 13.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.H. de Zeeuw, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.