Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 21 april 2022

Zaakgegevens

Op 21 april 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
21 april 2022
Datum publicatie
26 april 2022
Zaaknummer
NL22.1534
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:3852
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep niet tijdig

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.1534


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiseres

V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. P.L.M. Stieger),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van
18 mei 2018.

De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

  1. Bij besluit van 31 januari 2022 heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het beroep tegen niet tijdig beslissen terecht is ingediend, omdat de wettelijke beslistermijn op 18 mei (lees: november) 2018 is verstreken en de ingebrekestelling van 11 januari 2022 geldig is.

  2. Verweerder heeft bij besluit van 31 januari 2022 de asielaanvraag van eiseres alsnog ingewilligd.

3. Eiseres heeft verzocht om verweerder te veroordelen tot het verbeuren van een dwangsom en verzocht om vergoeding van proceskosten.

4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is. Ze heeft immers bereikt wat zij met het beroep beoogde doordat verweerder de asielaanvraag heeft ingewilligd.

5. Gelet op de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND zoals deze luidt sinds
11 juli 2021 is de rechtbank niet bevoegd om aan de uitspraak een dwangsom te verbinden.

6. Gelet op het voorgaande is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 379,50 (driehonderdnegenenzeventig euro vijftig eurocent).

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.