Vreemdelingenrecht

Trefwoorden: beroep niet tijdig, afwijzing pkv.

Rechtbank Den Haag, 1 juni 2022

Zaakgegevens

Op 1 juni 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
1 juni 2022
Datum publicatie
7 juni 2022
Zaaknummer
NL21.6406
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:5378
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Trefwoorden: beroep niet tijdig, afwijzing pkv.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.6406


uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzoek ex artikel 8:75a van de Awb in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. H.C.Ch. Kneuvels),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 27 april 2021 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

Bij besluit van 19 oktober 2021 heeft verweerder de asielaanvraag ingewilligd.

Verzoeker heeft op 21 oktober 2021 het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.

Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder hierop gereageerd.

De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.


Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

2. Verzoeker heeft zijn aanvraag op 20 augustus 2020 ingediend. Bij besluit van 30 oktober 2020 heeft verweerder deze niet in behandeling genomen. Deze rechtbank heeft bij uitspraak van 26 november 2020 het door verzoeker daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Daarbij is - anders dan de gemachtigde van verzoeker stelt - geen beslistermijn bepaald. Uit artikel 42, zesde lid, Vreemdelingenwet 2000 volgt dat de termijn voor het beslissen op een asielaanvraag, nadat is onderzocht of de aanvraag op grond van de Dublinverordening mogelijk niet in behandeling wordt genomen, gaat lopen op het moment waarop is komen vast te staan dat Nederland verantwoordelijk is of zal worden voor de behandeling van de asielaanvraag. Verzoeker is op 3 september 2021 in de nationale procedure opgenomen. Dit betekent dat verweerder uiterlijk op 3 maart 2022 een beslissing moest nemen, wat verweerder ook heeft gedaan. Daarnaast heeft verzoeker verweerder prematuur, want al op 31 maart 2021, in gebreke gesteld. De rechtbank ziet gelet hierop geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

NL20.19067