Vreemdelingenrecht

BNT, niet-ontvankelijk, ingebrekstelling, fax.

Rechtbank Den Haag, 8 juni 2022

Zaakgegevens

Op 8 juni 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
8 juni 2022
Datum publicatie
14 juni 2022
Zaaknummer
NL22.2307
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:5692
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BNT, niet-ontvankelijk, ingebrekstelling, fax.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.2307


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam],

v-nummer: 290.560.2108

(gemachtigde: mr. B.D. Lit),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Verzoeker heeft op 11 februari 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 25 juli 2021.

Verweerder heeft op 2 maart 2022 een verweerschrift ingediend.

Bij besluit van 24 maart 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker ingewilligd.

Verzoeker heeft het beroep niet tijdig beslissen ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker is tegemoet gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen. Verweerder heeft in zijn verweerschrift van 2 maart 2022 meegedeeld dat hij geen ingebrekestelling van verzoeker heeft ontvangen. Hij concludeert daarom dat het beroep niet-ontvankelijk is.

3. In het beroepschrift van 11 februari 2022 staat vermeld dat verzoeker op 26 januari

2022 een ingebrekestelling heeft ingediend. Een kopie hiervan is door verzoeker nadien toegestuurd. Naar het oordeel van de rechtbank valt uit de door verzoeker overgelegde ingebrekestelling en de daarop vermelde faxgegevens niet af te leiden dat verzoeker de fax ook daadwerkelijk verstuurd heeft dan wel dat deze door verweerder is ontvangen. De faxbevestiging vermeld namelijk als resultaat van verzending ‘geen antwoord’. Verzoeker heeft tot op heden ook geen afschrift van een faxbevestiging overgelegd waaruit anders blijkt. Zonder een geldige ingebrekestelling kan geen beroep niet tijdig beslissen worden ingediend. De rechtbank zou het beroep daarom, als het niet was ingetrokken, niet-ontvankelijk hebben moeten verklaren. Hieruit volgt dat verzoekers verzoek verweerder te veroordelen in de proceskosten reeds hierom niet voor inwilliging in aanmerking komt.

4. De rechtbank zal het verzoek van om verweerder te veroordelen in de proceskosten afwijzen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a en b van de Awb.