Vreemdelingenrecht
beroep niet tijdig, ingebrekestelling prematuur.
Rechtbank Den Haag, 26 januari 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:605 · Rechtbank Den Haag · 26 januari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-605
Zaakgegevens
Op 26 januari 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 26 januari 2022
- Datum publicatie
- 1 februari 2022
- Zaaknummer
- AWB 21/4418
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:605
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
beroep niet tijdig, ingebrekestelling prematuur.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 21/4418
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [nummer]
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Op 26 juli 2021 heeft eiser beroep ingesteld tegen het inwilligend besluit van 29 juni 2021.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Bij besluit van 29 juni 2021 heeft verweerder eisers asielaanvraag ingewilligd. Een verblijfsvergunning is verleend met ingang van 29 oktober 2019, geldig tot 29 oktober 2024. Tevens heeft verweerder vastgesteld dat hij eiser geen dwangsom verschuldigd is.
2. De gemachtigde van eiser heeft op 1 juli 2020 het beroep niet-tijdig beslissen ingetrokken en een verzoek om een veroordeling in de proceskosten van verweerder ingediend.
3. De rechtbank heeft bij uitspraak van 17 januari 2022 het beroep niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een veroordeling in de proceskosten afgewezen.
4. Eiser heeft op 25 juli 2021 zelfstandig beroep ingesteld tegen het besluit van 29 juni 2021 voor zover dit ziet op verweerders vaststelling dat hij eiser geen dwangsom verschuldigd is.
5. De rechtbank stelt vast dat het beroep met betrekking tot verweerders besluit van
29 juni 2021 reeds is ingetrokken en dat uitspraak is gedaan inzake het verzoek om een proceskostenveroordeling. De rechtbank concludeert dat nu al uitspraak is gedaan het voorliggende beroep niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.