Vreemdelingenrecht

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar kennelijk ongegrond

Rechtbank Den Haag, 23 juni 2022

Zaakgegevens

Op 23 juni 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
23 juni 2022
Datum publicatie
29 juni 2022
Zaaknummer
AWB 22/2138
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:6259
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar kennelijk ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 22/2138

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer],

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op 28 september 1980 en de Turkse nationaliteit te hebben.

2. Bij besluit van 29 december 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat hij binnen de daarvoor gestelde termijn geen gronden van bezwaar heeft ingediend.

3. Eiser voert aan dat hij alle juiste gegevens in bezwaar heeft ingebracht en dat er, anders dan verweerder meent, op grond van het associatierecht met Turkije geen puntensysteem geldt voor Turkse onderdanen die een verblijfsaanvraag indienen in het kader van arbeid als zelfstandige.

4. De rechtbank is van oordeel dat hieruit niet blijkt dat eiser in bezwaar tijdig gronden heeft ingediend. Gelet hierop is het beroep kennelijk ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op de hieronder vermelde datum en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.