Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 4 juli 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:6648 · Rechtbank Den Haag · 4 juli 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-6648
Zaakgegevens
Op 4 juli 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 4 juli 2022
- Datum publicatie
- 8 juli 2022
- Zaaknummer
- NL22.331
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:6648
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
bnt, pkv, vovo
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.331
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft bij besluit van 14 december 2021 het verzoek tot uitstel van vertrek
op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen.
Verzoeker heeft op 7 januari 2022 een voorlopige voorziening ingediend ten einde uitzetting te voorkomen.
Bij besluit van 12 mei 2022 heeft verweerder alsnog uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 Vw van 11 mei 2021 tot 12 mei 2023.
Verzoeker heeft daarop het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de kosten in verband met de behandeling van het beroep bij de bestuursrechter is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb. Deze artikelen gelden op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook voor de vergoeding van de proceskosten in de voorlopige voorzieningen procedure. De voorzieningenrechter kan het bestuursorgaan volgens deze bepalingen in de proceskosten veroordelen als daar bij intrekking van het verzoek om wordt verzocht en het verzoek wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoek is tegemoetgekomen. De voorzieningenrechter is bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij redelijkerwijs heeft moeten maken.
2. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek om een voorlopige voorziening strekte tot het opschorten van het primaire besluit ten einde uitzetting tijdens de bezwaarprocedure te voorkomen. Verweerder heeft alsnog uitstel van vertrek verleend. Het primaire besluit is echter niet geschorst. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb en wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling om die reden af.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.