Vreemdelingenrecht

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak. Verblijfsvergunning met verblijfsdoel 'studie' ingetrokken. Eiser…

Rechtbank Den Haag, 1 juli 2022

Zaakgegevens

Op 1 juli 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
1 juli 2022
Datum publicatie
19 september 2022
Zaaknummer
NL21.14919
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:9489
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak. Verblijfsvergunning met verblijfsdoel 'studie' ingetrokken. Eiser heeft niet tijdig bezwaar ingediend en geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.14919


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2022 in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘studie’ ingetrokken.

Bij besluit van 24 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het hiertegen ingediende bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 13 juni 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen P. Ghosh. Verweerder is, met voorafgaande mededeling, niet verschenen op zitting.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Vast staat dat eiser het primaire besluit heeft ontvangen. Dat betekent dat eiser binnen vier weken bezwaar had moeten maken. Eiser stelt dat hij het bezwaarschrift op tijd heeft ingediend, maar naar het verkeerde adres heeft verzonden. Dit is naar het oordeel van de rechtbank nergens uit gebleken. Eiser heeft het bezwaarschrift niet aangetekend verzonden en hij weet ook niet wanneer hij het bezwaarschrift heeft verzonden. Dit blijkt ook niet uit de verklaring van de vriend. Bovendien is deze vriend geen objectief verifieerbare bron.

3. Vervolgens is de vraag of er sprake is van een verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding. Daarvan is niet gebleken, nu niet aannemelijk is dat eiser het bezwaarschrift heeft verzonden. De vraag of eiser het primaire besluit al dan niet goed begrepen heeft, is dan ook niet relevant.

4. Het beroep is daarom ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, rechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.