Vreemdelingenrecht
Aanvraag artikel 8 EVRM niet in behandeling omdat (-) niet in persoon aan loket is verschenen om aanvraag…
Rechtbank Den Haag, 23 maart 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:10221 · Rechtbank Den Haag · 23 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-10221
Zaakgegevens
Op 23 maart 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 23 maart 2023
- Datum publicatie
- 13 juli 2023
- Zaaknummer
- AWB 22/2222
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10221
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanvraag artikel 8 EVRM niet in behandeling omdat (-) niet in persoon aan loket is verschenen om aanvraag compleet te maken en omdat (-) de leges niet heeft betaald. Ongegrond.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 23 maart 2023deze uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2023:10221
Raad van State · 7 juli 2023
ECLI:NL:RVS:2023:2624Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/2222
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 23 maart 2023 in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. G.P. Dayala),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: [naam verweerder] ).
Procesverloop
Bij besluit van 2 juni 2021 heeft verweerder eisers aanvraag om een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM niet in behandeling genomen.
Bij besluit van 21 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2022. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Inleiding
1. Eiser heeft de Algerijnse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1957. Hij woont al sinds 1983 in Nederland en had naar eigen zeggen van 1991 tot 1996 een vergunning voor verblijf bij partner. Eiser verblijft sindsdien illegaal in Nederland. Hij heeft op 12 april 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM.
Het bestreden besluit
2. Verweerder is in het bestreden besluit gebleven bij zijn beslissing om eisers aanvraag niet in behandeling te nemen omdat die niet compleet is. Eiser is niet in persoon aan het loket verschenen om de aanvraag compleet te maken. Ook heeft hij de leges niet betaald.
Verschijnen aan het loket
3. Eén van de voorwaarden voor het in behandeling nemen van de aanvraag is het enkel verschijnen aan het loket. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen uitleg heeft gegeven die kan rechtvaardigen dat hij niet aan het loket is verschenen. De enkele, niet onderbouwde stelling van eisers gemachtigde dat het naar zijn ervaring geen zin heeft om aan het loket te verschijnen, is niet genoeg. Eiser had aan het loket in persoon kunnen uitleggen dat zijn paspoort eerder was ingenomen door verweerder en dat hij geen geld heeft om de leges te betalen.
Leges
4. Naar eigen zeggen is eiser meer dan 35 jaar in Nederland, is hij niet ingeburgerd, niet zelfredzaam en dakloos. Hij heeft daarom geen geld om leges te betalen, stelt hij. De rechtbank overweegt dat eiser zich desalniettemin staande heeft weten te houden in Nederland. Verweerder heeft zich daarom op het standpunt kunnen stellen dat eiser meer duidelijkheid moet geven over zijn situatie dan de enkele stelling dat hij de leges niet kan betalen.
Conclusie over het niet in behandeling nemen van de aanvraag
5. De rechtbank concludeert dat verweerder de aanvraag van eiser niet in behandeling heeft kunnen nemen omdat eiser niet aan deze aanvraagvereisten heeft voldaan.
Terugkeerbesluit en inreisverbod
6. Tegen eiser is in 2008 een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Niet in geschil is dat eiser Nederland niet heeft verlaten. Verweerder heeft daarom op grond van artikel 66a, eerste lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 terecht een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat eiser geen bijzondere of individuele omstandigheden heeft aangedragen waardoor verweerder had moeten afzien van het opleggen van het inreisverbod.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Gall, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2023.
griffier rechter
afschrift verzonden aan partijen op:
Coll: