Vreemdelingenrecht
PKV afgewezen, WBV 2022/22, igs prematuur
Rechtbank Den Haag, 10 mei 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:10813 · Rechtbank Den Haag · 10 mei 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-10813
Zaakgegevens
Op 10 mei 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 10 mei 2023
- Datum publicatie
- 24 juli 2023
- Zaaknummer
- NL23.4176
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10813
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
PKV afgewezen, WBV 2022/22, igs prematuur
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.4176
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en aangegeven niet bereid te zijn om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.
4. Verzoekster heeft haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend op 3 mei 2022. Verweerder moest uiterlijk binnen zes
maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.1 Dit heeft verweerder niet gedaan. Om die reden heeft verzoekster verweerder op 18 januari 2023 in gebreke gesteld.
5. Sinds 27 september 2022 is evenwel het besluit met kenmerk WBV 2022/22 van kracht.2 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die op
[afbeelding niet beschikbaar]1. Dit staat in artikel 42 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2 Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755. Over de rechtmatigheid van dit besluit verwijst de rechtbank ter informatie naar haar uitspraak van deze zittingsplaats van 24 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:4223.
27 september 2022 nog niet waren verstreken met negen maanden zijn verlengd. De asielaanvraag van verzoekster valt onder het toepassingsbereik van dit besluit. De beslistermijn in haar zaak is dus met negen maanden verlengd. De termijn om te beslissen op de aanvraag was daarom nog niet verstreken toen zij de ingebrekestelling indiende bij verweerder. De ingebrekestelling is daarmee prematuur.
6. Verzoekster heeft op 10 februari 2023 een beroepschrift ingediend tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag. Op 15 maart 2023 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op de aanvraag. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
7. Als verweerder hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit neemt, veroordeelt de rechtbank verweerder alleen in de proceskosten als het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet te vroeg (niet prematuur) is ingesteld.3 Nu de ingebrekestelling prematuur is, is niet voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. De rechtbank merkt hierbij op dat daarom nimmer sprake is geweest van een ontvankelijk beroep.
8. De rechtbank zal verweerder daarom niet veroordelen in de proceskosten van verzoekster.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van D.A.M. Delger, griffier.
3 Zie bijvoorbeeld ABRvS 29 februari 2008,ECLI:NL:RVS:2008:BC6615, r.o. 2.2.1.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
10 mei 2023
Documentcode: [documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.