Vreemdelingenrecht

Marokko asiel. Niet verschenen voor gehoor. Aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond + terugkeerbesluit…

Rechtbank Den Haag, 25 juli 2023

Zaakgegevens

Op 25 juli 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
25 juli 2023
Datum publicatie
25 juli 2023
Zaaknummer
NL23.18932
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:10935
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Marokko asiel. Niet verschenen voor gehoor. Aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond + terugkeerbesluit. Met onbekende bestemming vertrokken in beroep. Geen contact met gemachtigde. Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.18932

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. I. Mercanoglu),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.R. Nobel).

Procesverloop

Bij besluit van 22 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en terug te keren naar Marokko.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is geregistreerd onder zaaknummer NL23.18933.

De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, omdat beide partijen schriftelijk hebben aangegeven dat een zitting achterwege kan blijven. De rechtbank heeft het onderzoek op 20 juli 2023 gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

2. Verweerder heeft bericht dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken op 11 juli 2023. Ter onderbouwing is een uitdraai van het interne systeem INDIGO overgelegd, waaruit blijkt dat door de Vreemdelingenpolitie is gemeld dat eiser zelfstandig zijn woonruimte heeft verlaten. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser bij berichten van 20 juli 2023 aangegeven dat hij geen contact meer heeft met eiser en dat hij aan eiser verzonden post retour heeft ontvangen.

3. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op internationale bescherming in Nederland. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit.

4. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zie de uitspraken van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579 en van 12 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2915.