Vreemdelingenrecht

Voorlopige voorziening hangende bezwaar, artikel 64 Vw, voorzieningen, geen verzet, toewijzing.

Rechtbank Den Haag, 21 juli 2023

Zaakgegevens

Op 21 juli 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
21 juli 2023
Datum publicatie
28 juli 2023
Zaaknummer
NL22.10207
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:11242
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening hangende bezwaar, artikel 64 Vw, voorzieningen, geen verzet, toewijzing.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.10207


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. M.S. Yap),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: A.J. Philipse).

Procesverloop

In het besluit van 9 mei 2022 heeft verweerder ambtshalve bepaald dat verzoekster niet in aanmerking komt voor uitstel van vertrek om medische redenen.

Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Verzoekster heeft een beroep gedaan op betalingsonmacht ten aanzien van de verplichting tot het betalen van het griffierecht. Zij heeft daartoe een verklaring omtrent inkomen en vermogen overgelegd. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat het beroep op betalingsonmacht dient te worden gehonoreerd, zodat verzoekster in deze procedure is vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van griffierecht.

2. Bij brief van 21 juli 2023 heeft verweerder de voorzieningenrechter laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van de voorlopige voorziening, voor zover dit ziet op het niet uitzetten van verzoekster tot er een beslissing is genomen op het bezwaarschrift.

3. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening treffen dat verzoekster niet mag worden uitgezet en dat de geboden voorzieningen moeten worden gecontinueerd totdat op het bezwaar is beslist.

4. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift). Die punt heeft een waarde van € 837 bij een wegingsfactor 1.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek toe;

- treft de voorlopige voorziening dat verzoekster niet mag worden uitgezet en dat de

geboden voorzieningen moeten worden gecontinueerd tot op het bezwaar is beslist;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Algemene wet bestuursrecht.