Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 10 augustus 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:12212 · Rechtbank Den Haag · 10 augustus 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-12212
Zaakgegevens
Op 10 augustus 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 10 augustus 2023
- Datum publicatie
- 16 augustus 2023
- Zaaknummer
- NL23.16993 NL23.16995
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12212
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
plakvovo
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.16993 en NL23.16995
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam 1], eiseres,
V-nummer: [nummer 1], en
[naam 2] , eiser
V-nummer: [nummer 2],
mede namens hun minderjarige kinderen,
hierna gezamenlijk aan te duiden als: eisers
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
1. Bij afzonderlijke besluiten van 9 juni 2023 (de bestreden besluiten) heeft de
staatssecretaris de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
2.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
3. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Overwegingen
4. Bij uitspraak van 7 augustus 2023, zaaknummers NL23.16992 en NL23.16994, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.